Belastingen (Fiscale Aspecten)

De Wet IB 2001 heeft een forse impuls gegeven aan het aantal Nederlandse emigranten naar buurland Duitsland, waar natuurlijke personen (dus geen rechtspersonen) grondeigendom kunnen verwerven.

Werken in Nederland en wonen net over de Duitse grens is sinds de invoering van IB 2001 aantrekkelijker geworden vanwege het behoud van de hypotheekrenteaftrek, zoals vastgelegd in artikel 2.5 van de wet IB 2001. De regeling uit dit artikel komt voort uit jurisprudentie van het Hof van Justitie van de Europese Gemeenschappen. De achterliggende gedachte is dat in veel gevallen het inkomen van de belastingplichtige in zijn woonland niet voldoende zal zijn om alle aftrekposten wereldwijd te kunnen verwerken. In zo’n geval werkt de belastingplichtige in een ander land en verdient daar een groot gedeelte van zijn inkomen.

Er is sprake van emigratie wanneer de belastingplichtige zich langer dan 1 jaar in het buitenland vestigt. Keert de emigrant binnen een jaar weer terug naar Nederland, dan beschouwt de Nederlandse belastingdienst de emigrant voor de tussenliggende periode nog steeds als inwoner van Nederland. In dat geval wordt de belastingplichtige geacht niet vertrokken te zijn geweest, tenzij daadwerkelijk kan worden aangetoond dat men in Duitsland heeft gewoond.

Maar wanneer is een belastingplichtige in het kader van de inkomstenbelasting geëmigreerd? Is een belastingplichtige door het aanschaffen van een woonhuis in Duitsland en zich daar in te schrijven in het bevolkingsregister geëmigreerd? Deze vragen worden gesteld op het moment dat de fiscale woonplaats van een belastingplichtige bepaald moet worden.

Het bepalen van de fiscale woonplaats kan vrij complex zijn. Er zijn situaties waarbij voor de belastingheffing geen sprake is van emigratie. In die situatie zal de belastingdienst de belastingplichtige als inwoner van Nederland blijven beschouwen.

Voor sprake kan zijn van emigratie in fiscale zin van de belastingplichtige, moet de belastingplichtige in Nederland wonen. Eerst moet naar de omstandigheden worden beoordeeld of een belastingplichtige zijn woonplaats in Nederland heeft (artikel 4 Algemene wet inzake Rijksbelastingen). De belastingplichtige heeft zijn woonplaats in Nederland als hij een duurzame betrekking van persoonlijke aard met Nederland heeft. Er is pas sprake van emigratie als die duurzame band met Nederland wordt verbroken.

Een belangrijk moment is het tijdstip waarop deze band wordt verbroken. Dat moment bepaalt namelijk dat er een einde is gekomen aan de binnenlandse belastingplicht en dat een buitenlandse belastingplicht is begonnen. Er zijn allerlei factoren te bedenken die een rol spelen bij de beoordeling of de duurzame band met Nederland verbroken is. Inmiddels is door jurisprudentie vast komen te staan dat de volgende zeven factoren in ieder geval van belang zijn bij het beoordelen van de feitelijke woonplaats van de belastingplichtige:

  • Het al dan niet aanvaard hebben van een betrekking in het land naar waar men vertrekt;
  • Het al dan niet hebben van een gezin en zo ja, of het gezin de betrokkene heeft gevolgd;
  • Het al dan niet aanhouden van een woning in Nederland;
  • De duur van het verblijf;
  • Het al dan niet hebben van financiële banden met Nederland;
  • Het al dan niet in- of uitgeschreven staan in het bevolkingsregister;
  • De intentie om voor kortere of juist voor langere tijd in het buitenland woonachtig te zijn.

Elke situatie is anders. Het totaal van vragen geeft uiteindelijk aan met welk land de sterkste persoonlijke band bestaat. Als dit het buitenland is, dan is er pas sprake van emigratie.

Ook na emigratie is het mogelijk dat de emigrant nog in Nederland belastingplichtig is. Er is dan sprake van een zogenoemde buitenlands belastingplichtige.

Er is sprake van buitenlandse belastingplicht als de belastingplichtige na emigratie inkomsten geniet waarover Nederland het recht heeft belastingen te heffen. Het nationale heffingsrecht kan worden beperkt door de toepassing van internationale regelingen, zoals belastingverdragen. Voorbeelden van dergelijke inkomsten zijn:

  • Inkomsten uit een dienstbetrekking in Nederland;
  • Pensioen -of sociale verzekeringsuitkeringen vanuit Nederland;
  • Inkomsten uit onroerende zaken die in Nederland gesitueerd zijn.

Op grond van het verdrag tussen Nederland en Duitsland ter voorkoming van dubbele belastingen, heeft Nederland het recht belastingen te heffen over bijvoorbeeld het loon dat van de Nederlandse werkgever wordt ontvangen.

In het jaar van emigratie kan de belastingplichtige gebruik maken van een speciale regeling. Deze regeling houdt in dat men kan kiezen om voor het gehele jaar als een inwoner van Nederland in de heffing van de inkomstenbelasting te worden betrokken. Om van dit keuzerecht gebruik te kunnen maken, is het niet vereist dat de belastingplichtige na emigratie buitenlands belastingplichtig is. Doordat Nederland een belastingverdrag heeft met Duitsland kan evenwel ook na het jaar van emigratie gekozen worden om als Nederlands belastingplichtige behandeld te worden.

Het is niet verplicht om gebruik te maken van het keuzerecht.

Auto

Vele voordelen

Als u naar Duitsland verhuist, zult u niet langer kunnen blijven rijden met uw voertuigen met Nederlands kenteken. Er zijn dan twee mogelijkheden…..

Lees meer…

Koopwoning

Andere regels

Bij de koop van een woning krijgt u te maken met de Duitse wet- en regelgeving. Als Nederlands burger is het al moeilijk om volledig op de hoogte te zijn van onze wet- en regelgeving, laat staan dat u bekend bent met de Duitse gang van zaken…

Lees meer…

Verhuizen

Een nieuwe omgeving

Verhuizen naar Duitsland? Dat doe je niet zomaar, ook al lijkt het zo dichtbij! Ook als u net over de grens gaat wonen, blijft het emigreren! Dat vraagt om een goede voorbereiding. Waar moet u allemaal aan denken…

Lees meer…